Camiel y Anne en Latino America

10 landen, 11 grensovergangen, 70 slaapplekken en ruim 300 busuren later…

En toen waren we in Quito, nuestro ultimo destino!  Wat hebben we veel gezien. En wat hebben we veel meegemaakt.  Afgezien van wat lastige grensovergangen en vele ´betreden op eigen risico´ busritten, blikken we met een heel goed gevoel terug op het afgelopen half jaar. Mexico was een fantastisch land om te beginnen. En wat was het geweldig om met die oude schoolbussen Guatemala te verkennen. Belize was weer een heel andere (onderwater) wereld, en El Salvador was verrassend leuk. Van Honduras hebben we nu ook een indruk maar naar Nicaragua moet je écht een keer gaan. Costa Rica doet zijn naam eer aan, en dan ook nog prachtig Panama. Colombia is aan het herstellen van zijn (slechte) imago, en terecht! Want vooral de Colombianen maken het land zo leuk om doorheen te reizen. Ecuador, voor zo´n relatief klein land is er veel te zien en te beleven en het stikt er van de vulkanen.

Dank voor de vele leuke reacties op onze site. Zo voelden wij ons toch nog een beetje met Nederland verbonden.

Que te vaya bien y espero verlos pronto en Holanda!

Anne y Camiel

"It is important to seize the moment and learn its duration , as life is in the eyes of those who know how to live." Gabriel García Márquez, Colombiaans schrijver

La carretera de los volcanos

Vanuit Riobamba reizen we naar Alausí, om de bekende treinrit over ´la Nariz del Diablo´ te maken.  Het is helaas niet meer toegestaan om boven op het dak van de trein te reizen maar dat maakt de reis niet minder spectaculair.  Vooral het zig-zag-traject, waarbij de trein al zigzaggend voor- en achteruit een helling van bijna 6% trotseert is een knap staaltje techniek.

Onze volgende bestemming is Latacunga, middenin de Andes. Vanuit hier gaan we naar het dorpje Quilotoa, bekend om zijn helderblauwe kratermeer gelegen op bijna 4000 meter hoogte. Gelukkig is er een houtkachel in onze cabaña, want ´s nachts is het er ijzig koud. We maken een wandeling om het kratermeer  en hebben geluk: Het is helder weer waardoor we prachtig uitzicht hebben op de verderop gelegen vulkaan Ilinizas. Het is af en toe flink klimmen en klauteren maar uiteindelijk bereiken we de hoogstgelegen rots aan het meer, van waar we een geweldig uitzicht hebben. Vervolgens nog een klein stukje terug naar het dorp, zo lijkt het tenminste.... Uiteindelijk komen we na 5,5 uur weer aan in Quilotoa. Terug naar Latacunga moeten we eerst met een ´camioneta´. De voorbereidingen voor carnaval zijn al in gang gezet en in Ecuador is het dan de gewoonte om elkaar met water te begooien. Gelukkig worden we steeds beter in het ontwijken van het water...  Vervolgens nog 1,5 uur ´hangen´ in een overvolle bus voordat we ons hostel in Latacunga weer bereiken.

Maar voor ons geen rustdag. De volgende dag gaan we samen met onze gids Marcial naar de Cotopaxi, om deze vulkaan eens van wat dichterbij te bekijken. Het is nogal bewolkt waardoor het uitzicht op de Cotopaxi helaas niet zo goed is, maar dat schijnt meestal zo te zijn. We lopen van een hoogte van 4500 meter naar de Refugio, gelegen op 4810 meter.  Na de lunch besluiten we nog een stuk door te lopen naar de gletser die op bijna 5000 meter ligt. Hier is bijna niemand en we hebben uitzicht op het National Park met daarboven een surrealistische donkere lucht. Als we afdalen begint het dan ook flink te hagelen. Een pittige wandeling maar de moeite meer dan waard.

Onze laatste bestemming is Quito. We hebben een hotel middenin het historische centrum en besteden een dag aan het bekijken van de vele kerken en pleinen. Ook beklimmen we de klokketoren van de Basilica del Voto Nacional, met  een  mooi uitzicht op de oude stad. En dan moeten we toch echt naar het vliegveld...De hoteleigenaar neemt vriendelijk afscheid van ons en houdt in z´n trainingspak en panamahoed een taxi voor ons aan door z´n handen in de lucht te steken en op en neer te springen. We beloven hem een ansichtkaartje uit Nederland te sturen....

The Origen of the Species

Ons laatste weekend in Cuenca vullen we door Ingapirca te bezoeken. Het Ecuadoriaanse broertje van Machu Picchu. Deze Inca-ruïnes liggen ook in een prachtige omgeving maar zijn een stuk kleiner.

Hierna laten we Cuenca dan toch echt achter ons en maken we een tussenstop in Guayaguil voordat we de ´bewoonde wereld´ tijdelijk achter ons laten. In tegenstelling tot wat we over Guayaguil gelezen hadden, is het eigenlijk best een leuke stad. We genieten van het uitzicht op de cerro Santa Ana, met z´n gekleurde huizen en nemen alvast een voorproefje op de Galapagos eilanden door in het Parque Bolivar de vele leguanen te bestuderen.

Aangekomen op het vliegveld op Baltra, Galapagos, reizen we per bus naar onze eerste bestemming; het stadje Puerto Ayora, en direct de laatste stad die we de komende dagen zullen zien. Hier settelen we ons in onze hut op de Pelikano, de boot die ons de komende dagen door Galapagos gaat loodsen. Ook maken we kennis met de crew en onze mede-passagiers. Die middag bezoeken we het Charles Darwin Research Station, waar we oog-in-oog komen te staat met de gigantische landschildpadden en land-iguanen.

Als we de volgende ochtend wakker worden liggen we voor de kust van Floreana. Hier zwemmen we in een grot, zien we de eerste van de vele parelwitte stranden en snorkelen we tussen de zeeleeuwen, haaien, zeesterren en ontelbare felgekleurde tropische vissen. Ook worden we tijdens de lunch getrakteerd op een groep dolfijnen die langs onze boot zwemt.

Española, het volgende eiland van Galapagos dat we bezoeken, overtreft al onze verwachtingen. Als we met de motorbootjes aankomen worden we opgewacht door zeeleeuwen, rood-blauw gekleurde marine-iguanen, bruine pelikanen en hordes Sally Lightfoot-krabben. Het eiland heeft prachtige kliffen, die in Ierland niet zouden misstaan, waarop vele Nazca-boobies nesten. En natuurlijk zien we ook de bekende blue footed-boobie en de Galapagos havik. In de middag landen we op het witste strand dat we ooit gezien hebben, compleet met azuurblauw water en als bonus nog een enorme kolonie van wel 200 zeeleeuwen. We wandelen op het strand, snorkelen in de zee en vergapen ons aan de grappige zeeleeuwen.

Zaterdag snorkelen we voor de kust van Santa Fe, waar het water zo helder is dat je de scholen vissen ook voorbij ziet zwemmen in het water zonder dat je aan het snorkelen bent. We zien stingrays, eaglerays en een marine-iguana die algen zoekt op de bodem. Ook gaan we naar Plazas, een eiland bedekt met groen-rode planten en cactussen waaronder zeeleeuwen slapen. Er zijn zoveel land-iguanen dat je moet oppassen dat je er niet over struikelt. Verder zien we veel vogels zoals de red bill tropical bird, met een prachtige lange staart en de fregatvogel met z´n bekende rode keelzak.

De laatste dag maken we een wandeling op North Seymour, waar we meer fregatvogels en blue footed boobies zien. En Sally Lightfoot-krabben die zitten te eten. En aandoenlijke baby zeeleeuwtjes roepend om hun moeder. En grote mannetjes zeeleeuwen in gevecht. En......Teveel om op te noemen. Maar helaas is het dan alweer tijd om afscheid te nemen van de Galapagos eilanden. We blijven nog een nacht in Guayaguil waar we nagenieten  van deze onvergetelijke ervaring.

Gisteren zijn we aangekomen in Riobamba, waar Camiel direct al gestrikt werd voor een interview. Vanuit hier reizen we langzaam maar zeker naar Quito.

Ciao!

Bij de zusters

Zo op ‘t eerste gezicht lijkt  het niet eens zo verschillend. Of het moet al zijn dat de directrice waar ik kennis mee ga maken een echte ouderwetse zuster is. Maar op het tweede gezicht is het een wereld van verschil.

Ik ga 2 weken vrijwilligerswerk doen in het ziekenhuis van Hogar Miguel Leon, een door nonnen opgezette instelling, waar ook nog een weeshuis bij hoort.

Het ziekenhuis is eigenlijk een combinatie van een verpleeghuis en een hospice. In Ecuador zijn niet veel van dit soort instellingen omdat deze zorg meestal door familie opgevangen wordt. De meeste mensen in het ‘ziekenhuis' hebben dan ook geen of weinig familie. Dit wordt me schrijnend duidelijk wanneer ik aan een patiënte naar haar familie vraag en ze zonder een vleugje zelfmedelijden antwoordt: ‘No tengo nada'.

Ik word in het ziekenhuis direct omgedoopt tot Ana, wat ik al gewend was, of vaker nog tot Anita, want Ecuadorianen zijn dol op verkleinwoorden. Verder is de sfeer erg amicaal: het personeel en de patiënten begroeten me op m'n tweede werkdag al alsof ik er jaren werk.

Het werk is erg afwisselend: van visite lopen tot vegen en ‘jugo de frutas' maken, van patienten douchen tot wandelingetjes maken en eten geven. Douchen gaat volgens het lopende-band-principe, als het niet te koud is tenminste, want dan gaat het niet door. Overdag zitten de patienten die niet in bed blijven in de binnentuin. Als het regent onder het afdakje. Het duurde een paar dagen voordat ik doorhad dat de meeste mensen zelfs geen eigen kleding hebben maar dat dit ook via de instelling geregeld wordt. Maar de patiënten zijn erg dankbaar en in de 2 weken dat ik in het ziekenhuis werkte heb ik nooit een patiënt horen klagen. Verder kan ik erg goed opschieten met de meeste medewerkers dus heb ik vandaag met ‘pijn in ‘t hart' afscheid genomen.

Naast het vrijwilligerswerk verkennen Camiel en ik Cuenca en omgeving. Zo hebben we afgelopen weekend een bezoek gebracht aan Cajas, een in de buurt gelegen natuurpark op zo'n 4000m hoogte, bekend om z'n vele meren. Vooral in de ochtend, als het nog niet bewolkt en regenachtig is, is het uitzicht geweldig. Verder barst het er van de fotogenieke planten. Ook leren we de geschiedenis van de sombrero de paja toquilla, beter bekend als Panamahoed (maar laat ze dat hier niet horen), die in Cuenca en omgeving gemaakt wordt.

Binnenkort verlaten we, het inmiddels vertrouwde, Cuenca om in ieder geval 16 februari naar Galapagos te vertrekken.

Ciao!

We zijn er bijna maar nog niet helemaal

Vanuit Popayan (Colombia) hebben we nog een ´uitstapje´ gemaakt naar San Augustin. Dit was ruim 5 uur afzien in een te klein busje over een ongeasfalteerde, bovengemiddeld hobbelige weg. En, wat is er te zien in San Augustin? Een rijkdom aan beelden en ruines uit de pre-inca beschaving tenmidden van een prachtig berglandschap. 2 dagen later nemen we de bus weer terug naar Popayan. We doen er langer over dan de heenweg, want het kleine busje kan de ruige weg nauwelijks aan. Ik (C) zit naast de chauffeur die mij op een gegeven moment vriendelijk doch dringend vraagt om mijn plaats te verlaten als er rook uit de motor komt. Met water van een nabijgelegen beekje wordt het euvel (tijdelijk) verholpen. Ze hebben blijkbaar vaker met dit beiltje gehakt, alleen vraag ik me af (a-techneutisch dat ik ben) waarom ze de motor niet even afzetten tijdens deze reparatiesessie.

De dag daarna gaan we naar ons laatste bestemming in Colombia. We worden onderweg getrakteerd op een prachtig uitzicht over het Andesgebergte. Hier blijkt maar weer: het gaat niet om de bestemming maar om de reis, of zoiets. Desondanks zijn we toch wel blij als we 6 uur later aankomen in Pasto. En afgezien dat de buschauffeur tijdens het tanken (en ook nu wordt de motor niet afgezet) rustig een sigaretje staat te roken, en nochalant de nog brandende sigaret op het tankstation wegschiet zonder te kijken waar die terechtkomt, was het een prettig busritje. We vermaken ons een paar dagen prima in Pasto, en gaan dan op naar land numero 10! Ecuador. Onderweg kijken we onze ogen weer uit, tjezus wat is het mooi hier, en voor we het weten staan we in Ecuador. 3 uur later zijn we in Otavalo, bekend om zijn grote -voor ieder wat wils- markt. Wij laten deze markt links leggen, en verkennen de omgeving. 

Na een tussenstop in Quito, zijn we afgelopen zaterdag naar Cuenca gevlogen. Een mooie stad, met veel koloniale gebouwen, goed sfeertje, gelegen in het zuiden van Ecuador. Anne werkt hier gedurende 2 weken in de ochtenduren als vrijwilliger in een (soort van) hospice. We dachten dat we een appartementje geregeld hadden toen we hier aankwamen, maar er was aan de andere kant iets niet helemaal goed gegaan met de reservering. Geen plek dus. Maar eind goed al goed. De vrouw des huizes heeft haar best gedaan om iets anders voor ons te regelen (wat niet makkelijk was). Na deze 2 weken staat in ieder geval de Galapagos-eilanden nog op het programma, en dan gaat Nederland toch wel dichtbij komen...

Saludos, Anne en Camiel 

In het hart van Colombia

Vanuit Taganga komen we rond 21:00 aan op het busstation van Santa Marta, zodat we de nachtbus naar Barichara kunnen nemen. Een aardige serveerster, die daar vandaan komt en die we in Taganga ontmoet hebben, vertelde ons dat dat het makkelijkste is. "Dos tiquettes para Barichara, por favor". Dat blijkt een probleem want door de regen van de laatste tijd is de weg die kant op onbegaanbaar. Daar staan we dan op het busstation, bepakt &bezakt, klaar voor een 9 uur durende rit in een nachtbus...

Na een kort beraad en een kundige blik op de kaart besluiten we ons plan om te gooien: Doe maar 2 kaartjes naar Medellín. Dit is ook richting het zuiden alleen duurt dit ritje volgens de planning zo´n 16 uur. Omdat de meeste van onze Colombiaanse medepassagiers een hele lading kerstcadeaus of andere spullen bij zich heeft, moet er nog een uurtje bagage omgepakt en herschikt worden voordat iedereen een stoel heeft en we kunnen vertrekken. Door wat extra oponthoud onderweg bereiken we uiteindelijk na 19 uur Medellín, de stad van de eeuwige lente. 

Medellín heeft nog een slechte naam vanwege de jarenlange terreur van drugsbaron Pablo Escobar maar is tegenwoordig een fijne stad met aardige mensen, prachtig gelegen in een vallei. Er is goed openbaar vervoer, op ieder plein is kunst te bewonderen, vooral van de Colombiaanse kunstenaar Fernando Botero, en er is een gigantische Jardín Botanica, waar we met de Medellianen de zondag doorbrengen.

We vervolgen onze tocht richting Manizales. Op het busstation van Medellín spreken 2 karikaturale mannetjes ons aan. Ze hebben auto´s naar Manizales, dat is sneller dan met de bus en de prijs is hetzelfde. Camiel en ik bezetten de achterbank van de auto en op de ´middenbank´ zitten een moeder, dochter en neefje en nog een andere dame. We praten gezellig en het uitzicht is prachtig. De rit gaat namelijk volledig door de bergen. De keerzijde is dat de weg vol zit met haarspeldbochten en in combinatie met de typische Colombiaanse rijstijl van de chauffeur is dit niet altijd even fijn. Na een uurtje slaat de wagenziekte toe bij onze medepassagiers. De chauffeur voorziet ze aan de lopende band van plastic zakjes, die in hetzelfde tempo, gevuld door het raam weer naar buitengaan....

De omgeving van Manizales vormt het hart van de Colombiaanse koffie-industrie. Het is een stad gelegen op een berghelling zodat de kabelbaan gebruikt wordt als openbaar vervoer.  Ik (A) bezoek er een finca , waar alle geheimen van de Colombiaanse koffieproductie onthuld worden maar het mooiste is toch wel het uitzicht vanaf de koffieplantage.

In  het dorpje Salento genieten we van de lokale specialiteit, forel (bijna net zo goed als ´bie Bossemwim´).  De volgende dag staan we vroeg op om de jeep te pakken naar El Valle de Cocora, deze vallei is bekend om zijn ´palma de cera´, de grootste palm ter wereld die wel 60 meter hoog kan worden. We wandelen er de hele dag rond en zien het ene na het andere mooie uitzicht . Vooral het laatste deel van de trip, een afdaling van 1,5 uur is prachtig.  In het begin is het nog wat nevelig en zien we de palmen en de vallei in verschillende schakeringen grijs. Wat later klaart het op en heben we uitzicht op de onwaarschijnlijk groene vallei met de vele palmbomen als figuranten.  Het laatste gedeelte lopen we midden tussen de palmen en zie je echt goed  hoe groot ze zijn.

Na weer een ´bijzondere´ busrit zijn we gisteren aangekomen in Popayan, de witte stad, waar we vandaag lekker gaan rondstruinen.

Ciao! Camiel en Anne 

Colombia, el unico riesgo es que te quieras quedar

Na Panama city vertrekken we naar Santa Fé, om hier kerst te vieren in een heus Zwitsers chalet. Het is een geweldig hostel voorzien van alle faciliteiten en nog voor de kerst genieten we samen met een Pools echtpaar en een Duits-Canadees stel van een heerlijke maaltijd bereid door de Belgische eigenaresse Stefanie. We verkennen de prachtige omgeving en maken een wandeling naar een waterval. Onderweg komen we Pedro tegen, die een stukje verderop woont en na een praatje ons een hele tas boordevol sinaasappels en mandarijnen meegeeft. Erg lekker en lief, alleen wat minder handig voor het resterende deel van de trekking....Nadat we een stuk geklommen hebben over een goede weg slaan we het pad in naar de waterval wat erg modderig is en waarbij we verschillende rivieren moeten passeren (dit keer komen we allebei droog aan de overkant).

Na ons kerstontbijt lopen we op eerste kerstdag naar een ´swimming hole´ in een rivier in de buurt. Na de nodige inspanning kunnen we van onze eerste kerst in zwemkleding genieten met een lekker zonnetje bij een perfecte zwemplek. We besluiten onze kerstmaaltijd te combineren met die van de Nederlandse Ilona en Remco en hebben zo een volwaardig 5-gangen kerstdiner, die we traditioneel afsluiten door de rest van de avond spelletjes te spelen (Ligretto!).

Omdat het maar niet wil lukken om onze boottocht naar Colombia geregeld te krijgen besluiten we toch maar een vliegticket te boeken. We keren voor een nachtje terug naar Panama city en komen op 29 december uiteindelijk toch aan in Cartagena, Colombia. We hebben geluk want bij het eerste hostel waar we naartoe gaan blijken ze zo voor de jaarwisseling toch nog 1 kamer vrij te hebben voor 2 toeristen die nog geen hostel gereserveerd hadden.

Cartagena is een plaatje van een stad: het oude gedeelte is omgeven door dikke stadsmuren waar je overheen kunt lopen en vanwaar je prachtig uitzicht hebt op de zee en het nieuwere gedeelte met z´n wolkenkrabbers. Binnen die stadsmuren is er op elke 200 meter een plein omgeven met mooie gerenoveerde coloniale panden. We struinen hier een aantal dagen rond en kopen fruit bij de prachtig uitgedoste dames die op een pleintje met veel zorg een fruitsalade vers bereiden. Ook genieten we met een drankje van een trio dat op hetzelfde plein, vol passie urenlang gitaar zit te spelen.

Oudejaarsavond brengen we samen met de Colombianen door op de oude stadsmuren, waar we onder het genot van een biertje, kijken naar het vuurwerkspektakel boven de stad. Nadat we met wat medegasten en de receptionist uit ons hostel nog een nieuwjaarsborrel hebben gedronken duiken we moe maar voldaan ons bed in. Na nog een dagje genoten te hebben van Cartagena zetten we onze reis voort naar Santa Martha.

Op het busstation van Cartagena worden we overvallen door ´busproppers´. Onderling gaat het er heftig aan toe. De concurrentie is moordend. Wij stappen in de bus die over 10 minuten vertrekt. Echter het duurt veel langer voordat de bus weggaat. En de (beloofde) airco blijkt niet te werken, daarbij komt dat de ramen niet open kunnen. Het is niet-te-houden warm in de bus. We overwegen uit te stappen maar dan komt er toch beweging in de bus. Nog geen 200 meter buiten de terminal komt de bus weer tot stilstand. Als we uitstappen blijkt dat er een aanrijding is geweest. Niemand weet echter van het hoe-wat-waar- waarom en- hoe nu verder. Samen met een aantal andere passagiers gaan we terug naar de busmaatschappij want we willen ons geld terug. Maar naar een half uur discussieren en bekvechten geven we het maar op. Gelukkig lukt het wel om met hetzelfde kaartje met een andere bus naar Santa Martha te komen.

Heel veel uren later komen we aan, en we stappen in de taxi in naar Minca, 16 km verderop gelegen. De weg is heel slecht en brengt ons steeds verder van de bewoonde wereld. Maar het uitzicht is adembenemend. En uiteindelijk komen we dan toch in Minca aan. Vanaf daar moeten we met onze bepakking nog 15 minuten omhooglopen, want met de auto is de weg niet begaanbaar. Gelukkig is er plek in het hostel, en we nemen onze intrek in een vrij gelegen cabana. Alle moeite is niet voor niets geweest. We hebben zelfs een keukentje en lopen de volgende ochtend heel enthousiast naar het dorpje voor wat boodschappen. Maar er is weinig te krijgen in het dorp. Er zijn 3 kruidenierswinkeltjes die allemaal wel iets verkopen. Alles ligt achter de toonbank of in het ´magazijn´ dus je hebt geen idee wát ze verkopen. Maar als we dat eenmaal weten lukt het prima om wat inkopen te doen. Gisteren zijn we in Taganga aangekomen, een plaatsje met tropische temperaturen aan de caribische kust, en morgen zetten we ons reis weer verder...

Saludos, Anne en Camiel

Feliz Navidad

Sinds afgelopen vrijdag zijn we in Panama city. Even wennen was het wel. Door de skyline waan je je in de USA, maar de latijns-amerikaanse sfeer is ook zeker aanwezig. Wij verblijven in ´Casco Viejo´, de oude stad, met vele pleinen en coloniale gebouwen. De armoede, met bijbehorende zwervers en vervallen gebouwen is echter vaak maar een straat verwijderd. Uiteraard hebben we een bezoek gebracht aan het Panama kanaal. Wij hebben de Gatun locks bekeken, waar de schepen, afhankelijk van hun richting, 28 meter omhoog of omlaag worden gebracht. Een knap staaltje techniek en dat uit 1913!

Vanaf hier willen we jullie een hele fijne kerst en een geweldig nieuwjaar wensen!   

Volgende pagina »

Laatste reacties

Meer reacties

Blijf op de hoogte!

Laat je e-mail achter en ik stuur je een mailtje als ik een nieuw verhaal of nieuwe foto's op de site heb gezet.

E-mail adres: